Just drop in at the 13, Chemin des Mandarines ; the light is soft and welcoming. A poetic song crosses the nearby rue des Pierres. One can hear in the far, the frantic brass of a freylach,
the eclectic sounds of Montreal, some ritornellos with their memories still full of eastern Europe. A journey in Klezmic Zirkus 's contrasted world. Here or there. Yesterday or today. Eyes half shut or wide open. It doesn't matter, the intensity does.
As years have been passing by, Klezmic Zirkus (Aurélie Charneux : clarinets et compositions, Julien de Borman : accordion, Adrien Lambinet : trombone, Pierre Greco : double-bass and guitar, Wouter Roggemans : drums ) has created its own idiom, which has patiently matured during some 150 public performances.
Klezmic Zirkus finds its identity between tradition and modernity, structure and improvisation. Its unbridled rythms apeal to the body, its soulfull melodies to the heart, its sometimes elaborated structures to the mind. It's musicians sincerity and sinergy are delightfull to see over and over.

Duw de deur van het nummer 13, chemin des Mandarines open : het getemperd licht onthaalt u met een liedje dat als een gedicht de nabije rue des Pierres oversteekt. We zijn in Montreal : in de verte klinkt het koper van een freylach, de elektrische klanken waar Oost Europa in schuilt. De reis van Klezmic Zirkus klinkt vol contrasten uit kontrijen van her en der, van gisteren en vandaag, intens ...
Met de jaren heeft Klezmic Zirkus, (Aurélie Charneux : klarinets en komposities, Julien de Borman : accordeon, Adrien Lambinet : trombone, Pierre Greco : contrabass and guitar, Wouter Roggemans : drums ) dag na dag, ongehaast en met de ervaring van een 150 tal live-optredens een nieuwe taal ontwikkeld.
Klezmic Zirkus vaart een eigen weg tussen traditie en hedendaagsheid, gestructureerde muziek en improvisaties. Ongebreidelde ritmiek raakt je benen, adembenemende melodieën bewegen je hart, welgedachte composities spreken je brein aan. Oprechte muzikanten geven op het podium hun talent kado : om er van te genieten.

Poussez la porte du 13, chemin des Mandarines : la lumière est accueillante et tamisée. Une chanson poétique traverse la proche rue des Pierres. Au loin résonnent les cuivres effrénés d'un freylach, les sons électriques de Montréal, des ritournelles qui se souviennent de l'Europe de l'Est. Voyages au pays contrasté de Klezmic Zirkus... Ici ou là-bas. Hier ou aujourd'hui. Les yeux mi-clos ou grands ouverts. Peu importe, c'est l'intensité qui compte...
Au fil des années, Klezmic Zirkus (Aurélie Charneux : clarinettes et compos, Julien de Borman : accordéon, Adrien Lambinet : trombone, Pierre Greco : contrebasse et guitare, Wouter Roggemans : batterie ) a développé un langage qui lui est propre, peaufiné patiemment au fil de quelque 150 apparitions en public.
Klezmic Zirkus trouve son identité entre tradition et modernité, entre structure et improvisation. Ses rythmes débridés parlent au corps, ses mélodies chargées d'émotion parlent au coeur, la structure parfois élaborée de ses morceaux parle à la tête. La sincérité de ses musiciens, leur synergie sur scène font plaisir à voir et à revoir.

Ik had het er elders al over, dat er in Wallonië geweldig knappe muziek gemaakt wordt (zie recensie Turdus Philomelos), en één van de absolute toppers - hoewel zelfs binnen het "speciale" wereldje nog een buitenbeentje- is dit vijftal rond de klarinetten van Aurélie Charneux, het accordeon van Julien de Borman, de trombone en tuba van Adrien Lambinet en de ritmetandem Pierre Greco (bas) en Wouter Roggemans (drums). Ik heb zelden een meer omineuze groepsnaam gekend dan deze Klezmic Zirkus: Klezmermuziek, wat, zoals u ongetwijfeld weet, staat voor feestelijke Jiddische muziek, in dit geval overgoten met, deuntjes, riedeltjes, ritmes en roffels die zo uit het repertoire van een live circusorkest hadden kunnen komen. Dat is zowat de opsomming van het materiaal waarmee deze jonge honden aan de slag gaan.
Vanzelfsprekend levert dit niet meteen kinderliedjes op: sommige nummers zijn behoorlijk complex van structuur, sommige ritmes variëren rapper dan uw en mijn schaduw, sommige melodieën vertonen behoorlijk uit de kluiten gewassen weerhaken, maar één ding staat buiten kijf: dit IS erg feestelijke muziek, voor wie wil luisteren met alles wat hij heeft: hart en ziel, hoofd en benen en ongeveer alles wat er tussen zit, hangt of staat. Muziek voor lijf en leden, dus. Niet altijd even makkelijk te doorgronden, maar wie oren heeft om te horen en wil luisteren...zàl horen. Drie traditionals (Papirosn, Famaria en Freylach aux fraises), zes nummers van Charneux en eentje van Lambinet, da's't menu. De kruiden staan binnen handbereik en ze heten: virtuositeit, muzikaliteit, zin voor melodie en gezonde gekte. Dat je daar een behoorlijk onweerstaanbaar stoofpotje mee kunt klaarmaken, zal u niet verbazen. Begint u vooral met de traditionals, die zijn ideaal als opstapje naar het iets moeilijker werk. Maar gun uzelf vooral deze uitstap: u zal er mij ooit dankbaar voor zijn en de begrippen "vrolijk", "blij" en "feestelijk" zullen nooit meer dezelfde zijn als voorheen!!

Since the last record by Klezmic Circus with this new release they have climbed upon a more serious stage setting. All tracks were composed by the clarinet player, Aurélie Charneux. And they sound like a bit of a walking step journey with story-line, travelling through a city with some more or less inviting or hanging images, while the walking step is of a Klezmic nature, the improvisations remain of a rather open nature, while the new theme elements hardly ever dominate.
On "Montréal" however, after a second listen it became clear how the traffic and busy city life and city sounds were imitated with sounds of trombone and such, becoming descriptive like ants of traffic, while this theme remains mixed with the usual Klezmic musical themes. There are more up tempo almost danceable moods, but also more descriptive, slowly developing moods led by a lower tuned clarinet or accordion. The contrasts of arrangements, of clarinet mixed with accordion, the attractive lower tuned trombone or tuba, bass and drums give a rich range for the fluent improvisations. Surprising are also the few electric guitar arrangements (occasionally wahwah or slide guitar on 3,8 and 10).
Another great addition are the contributions by guest singer Zahava Seewald, who introduces spoken word on the first tracks, and a bit of padapaa later on.
